
Zzp in de kinderopvang: wat zijn de regels in 2025?
Wat is schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand als zzp’er wordt ingehuurd, terwijl de arbeidsrelatie in de praktijk meer lijkt op werken in loondienst. Niet wat er alleen op papier staat, maar vooral hoe er daadwerkelijk wordt samengewerkt is daarbij bepalend. De Belastingdienst kijkt naar verschillende feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang. Denk bijvoorbeeld aan:
- wie bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt uitgevoerd;
- in hoeverre de zzp’er onderdeel is van de organisatie van de opdrachtgever;
- of de zzp’er verplicht is het werk persoonlijk uit te voeren;
- hoe afspraken over de werkzaamheden en beloning tot stand komen;
- hoeveel commercieel en financieel risico de zzp’er loopt;
- of de zzp’er zich daadwerkelijk als ondernemer gedraagt, bijvoorbeeld door zelf opdrachten te verwerven en te investeren in de onderneming;
- de aard en duur van de werkzaamheden.
Eén kenmerk is dus niet automatisch doorslaggevend. Zo betekent het hebben van één opdrachtgever niet meteen dat sprake is van schijnzelfstandigheid. Andersom betekent het hebben van meerdere opdrachtgevers ook niet automatisch dat iemand als zelfstandige werkt.
Voorbeeld: schijnzelfstandigheid in de kinderopvang
Janine werkt als zzp’er vijf dagen per week bij hetzelfde kinderdagverblijf. Ze draait mee in het reguliere rooster, doet hetzelfde werk als medewerkers in loondienst en krijgt dagelijks instructies van de leidinggevende. Ze heeft weinig invloed op de manier waarop haar werkzaamheden worden georganiseerd en loopt nauwelijks ondernemersrisico.
Op papier heeft Janine een overeenkomst van opdracht. In de praktijk lijkt haar positie echter sterk op die van een werknemer. Dat kan erop wijzen dat sprake is van schijnzelfstandigheid.
Juist in de kinderopvang is het daarom belangrijk om niet alleen naar het contract te kijken, maar ook regelmatig te beoordelen hoe de samenwerking in de praktijk verloopt.
Ook interessant: Regels voor zzp'ers in de pedagogiek
Wat is er sinds 2025 veranderd?
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. Het eerdere handhavingsmoratorium is daarmee beëindigd. Dat betekent niet dat er sinds 2025 ineens nieuwe criteria gelden om te bepalen of iemand werknemer of zelfstandige is. Wel controleert de Belastingdienst weer volgens de normale regels en kan zij bij schijnzelfstandigheid correcties en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen.
In 2025 gold nog een zachte landing en werden geen verzuim- of vergrijpboetes opgelegd. Sinds 1 januari 2026 kan de Belastingdienst wel vergrijpboetes opleggen wanneer aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
Voor organisaties die zzp’ers inzetten, is het daarom extra belangrijk om arbeidsrelaties goed te beoordelen én regelmatig opnieuw te bekijken.
Meer weten over zzp'en in de kinderopvang?
Wat betekent dit voor zzp'ers in de kinderopvang?
Werkt jouw kinderopvangorganisatie met zzp’ers? Dan hoef je daar niet automatisch mee te stoppen. Zelfstandigen kunnen nog steeds worden ingezet, zolang de samenwerking in de praktijk ook daadwerkelijk kenmerken van zelfstandig ondernemerschap heeft.
1. Kijk verder dan de opdrachtovereenkomst
Een goed contract is belangrijk, maar een overeenkomst alleen bepaalt niet of iemand werkelijk als zelfstandige werkt. De Belastingdienst kijkt daarbij vooral naar de feitelijke situatie. Staat er bijvoorbeeld in het contract dat een zzp’er zelf bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd, terwijl een locatiemanager in de praktijk voortdurend instructies geeft? Dan weegt de praktijk zwaarder.
2. Beoordeel de arbeidsrelatie als geheel
Stel jezelf onder andere deze vragen:
- Wie bepaalt de werktijden? Heeft de zzp’er zelf invloed op wanneer opdrachten worden aangenomen of wordt hij of zij structureel ingeroosterd zoals werknemers?
- Wie bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd? Is er ruimte voor professionele zelfstandigheid of geeft de organisatie voortdurend inhoudelijke instructies?
- Hoe is de zzp’er ingebed in de organisatie? Draait iemand structureel mee als onderdeel van het vaste team of wordt een duidelijk afgebakende opdracht uitgevoerd?
- Loopt de zzp’er ondernemersrisico? Is er bijvoorbeeld risico op minder omzet, aansprakelijkheid voor fouten of de noodzaak zelf acquisitie te doen?
- Gedraagt de zzp’er zich als ondernemer? Denk aan het voeren van een eigen onderneming, het verwerven van opdrachten en investeren in de eigen bedrijfsvoering.
Let op: aan de antwoorden op deze vragen kan niet direct de conclusie ‘zzp’ of ‘loondienst’ worden verbonden. Alle omstandigheden worden in onderlinge samenhang beoordeeld.
3. Controleer de samenwerking regelmatig
De manier waarop je met een zzp’er samenwerkt, kan in de loop van de tijd veranderen. Een zelfstandige kan bijvoorbeeld beginnen met een tijdelijke, duidelijk afgebakende opdracht, maar later steeds meer meedraaien in het vaste team of rooster. Daardoor kan ook de beoordeling van de arbeidsrelatie veranderen.
Kijk daarom niet alleen bij de start van een opdracht naar de manier van samenwerken, maar controleer dit ook tussentijds. Sluit de dagelijkse praktijk nog aan bij de afspraken die je met de zzp’er hebt gemaakt? En is de opdracht nog steeds ingericht op een manier die past bij zelfstandig werken?
Twijfel je over de arbeidsrelatie? Dan kun je als opdrachtgever gebruikmaken van de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties. Deze kan helpen om te beoordelen of een opdracht meer kenmerken heeft van werken als zelfstandige of van werken in loondienst.
4. Vertrouw niet alleen op een modelovereenkomst
Een modelovereenkomst biedt alleen zekerheid wanneer opdrachtgever en zzp’er in de praktijk ook daadwerkelijk werken zoals in die overeenkomst staat beschreven.
Sinds september 2024 beoordeelt de Belastingdienst bovendien geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Eerder goedgekeurde modelovereenkomsten die op dat moment geldig waren, mogen nog tot en met 31 december 2029 worden gebruikt.
Ook dan blijft de praktijk doorslaggevend.
5. Overweeg alternatieven voor zzp'ers
Blijkt uit de beoordeling dat de werkzaamheden in de praktijk lastig volledig zelfstandig uit te voeren zijn? Dan kan het verstandig zijn om te kijken naar een andere vorm van inzet, zoals:
- medewerkers in loondienst;
- uitzendkrachten;
- detachering;
- payrolling.
Zo behoud je de benodigde flexibiliteit zonder onnodig risico te lopen op schijnzelfstandigheid.
Risico's voor jouw organisatie
Komt de Belastingdienst tot de conclusie dat een zzp’er in de praktijk in loondienst werkt? Dan kan dat gevolgen hebben voor zowel de opdrachtgever als de zzp’er. Afhankelijk van de situatie kunnen die gevolgen financieel, fiscaal, arbeidsrechtelijk en organisatorisch van aard zijn.
- Naheffingen en correcties: de opdrachtgever kan alsnog loonheffingen moeten afdragen. Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst daarvoor weer correcties en naheffingsaanslagen opleggen.
- Boetes: vanaf 1 januari 2026 kunnen onder voorwaarden ook vergrijpboetes worden opgelegd. In 2026 worden nog geen verzuimboetes opgelegd.
- Arbeidsrechtelijke gevolgen: wanneer sprake blijkt van een arbeidsovereenkomst, kan de werkende mogelijk aanspraak maken op rechten die bij werknemerschap horen.
- Pensioenrechtelijke gevolgen: afhankelijk van de situatie kan ook een verplichting ontstaan rond deelname aan een pensioenregeling.
- Onzekerheid in de personeelsplanning: als een bestaande zzp-constructie niet kan worden voortgezet, kan dit gevolgen hebben voor de bezetting van groepen.
Voorkomen is daarom beter dan achteraf corrigeren. Breng de inzet van zzp’ers periodiek in kaart en kijk daarbij niet alleen naar de contracten, maar juist ook naar de dagelijkse praktijk.
Ben jij zzp'er in de kinderopvang?
Zelfstandig ondernemerschap kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat je:
- zelf onderhandelt over opdrachten en tarieven;
- commercieel of financieel risico loopt;
- zelf opdrachten werft en je onderneming naar buiten toe presenteert;
- investeert in je onderneming;
- binnen de opdracht voldoende zelfstandigheid hebt;
- zelf verantwoordelijk bent voor je bedrijfsvoering en administratie.
Het hebben van meerdere opdrachtgevers kan meewegen in de beoordeling, maar is geen harde voorwaarde. Andersom maakt een KvK-inschrijving je niet automatisch zelfstandig voor een specifieke opdracht.
Uiteindelijk draait het steeds om de vraag: werk je in deze arbeidsrelatie daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer, of lijkt de samenwerking in de praktijk meer op loondienst?
ZZP'ers in de kinderopvang inzetten?
Twijfel je of de inzet van zzp’ers binnen jouw kinderopvangorganisatie nog past bij de huidige regels? Of wil je weten welke andere mogelijkheden er zijn om flexibel personeel in te zetten?
Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee over een oplossing die past bij jouw organisatie, bijvoorbeeld met uitzendkrachten of detachering.
Bekijk ook onze vacatures in de kinderopvang of laat je informeren door onze experts.
Veelgestelde vragen over zzp'ers
Wat is er in 2026 veranderd voor zzp'ers?
De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. In 2025 werden daarbij nog geen verzuim- of vergrijpboetes opgelegd. Sinds 1 januari 2026 kunnen onder voorwaarden wel vergrijpboetes worden opgelegd. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Bij schijnzelfstandigheid wordt iemand ingehuurd als zelfstandige, terwijl de arbeidsrelatie in de praktijk kenmerken heeft van loondienst. Bij de beoordeling wordt naar alle feiten en omstandigheden van de samenwerking gekeken.
Hoe herkent de Belastingdienst schijnzelfstandigheid?
De Belastingdienst kijkt onder meer naar de aard en duur van het werk, de manier waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald, de inbedding in de organisatie, de verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten, de manier waarop de beloning tot stand komt, het commerciële risico en de mate waarin iemand zich als ondernemer gedraagt.
Er bestaat dus geen eenvoudige checklist waarbij één antwoord bepaalt of iemand zzp’er of werknemer is.
Mag ik in 2026 nog zzp'ers inzetten in de kinderopvang?
Ja. Er geldt geen algemeen verbod op zzp’ers in de kinderopvang. Wel moet de arbeidsrelatie daadwerkelijk passen bij werken als zelfstandige. Daarom is het belangrijk om per opdracht te beoordelen hoe er in de praktijk wordt samengewerkt.
Is één opdrachtgever automatisch schijnzelfstandigheid?
Nee. Het aantal opdrachtgevers is één van de omstandigheden die kan meewegen, maar één opdrachtgever betekent niet automatisch dat iemand werknemer is. De volledige arbeidsrelatie moet worden beoordeeld.
Is een KvK-inschrijving voldoende om als zzp'er te worden gezien?
Nee. Een KvK-inschrijving kan passen bij ondernemerschap, maar bepaalt niet of iemand voor een specifieke opdracht als zelfstandige of in loondienst werkt. Daarvoor wordt vooral gekeken naar de feitelijke arbeidsrelatie.
Hoe kan ik schijnzelfstandigheid voorkomen?
Begin met een goede beoordeling van de opdracht en kijk vervolgens regelmatig of de praktijk nog overeenkomt met de afspraken. Let bijvoorbeeld op de mate van aansturing, de positie van de zzp’er binnen de organisatie, ondernemersrisico en de vrijheid bij het uitvoeren van de opdracht.
Bij twijfel kun je de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie gebruiken of deskundig juridisch of fiscaal advies inwinnen.
Kan ik zzp'ers nog steeds voor tijdelijke vervanging inzetten?
Dat kan, maar het tijdelijke karakter van een opdracht maakt iemand niet automatisch zelfstandig. Ook bij vervanging moet worden gekeken naar alle omstandigheden waaronder het werk wordt uitgevoerd.
Wanneer een zzp’er bijvoorbeeld exact dezelfde positie inneemt als een werknemer, onder dezelfde aansturing werkt en volledig meedraait in de organisatie, kan dat meewegen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Moet een zzp'er zelf voor vervanging kunnen zorgen?
De mogelijkheid om iemand anders het werk te laten uitvoeren kan meewegen bij de beoordeling, maar is niet op zichzelf doorslaggevend. Ook hier kijkt de Belastingdienst naar alle omstandigheden van de arbeidsrelatie.
Andere relevante artikelen
Alle artikelen








